HET ONWANKELBARE GELOOF
| PHILIPPE LEPERS |
|
Wat mensen in naam van hun geloof kunnen uitrichten, roept indringende vragen op. Betekent de 'moderne tijd' het einde van de geloofshouding voor zover deze een overtuiging is? Een scherper omschrijven van een aantal begrippen kan de zo noodzakelijke verheldering brengen.
|
|
(tekstfragment)
De filosoof Peter De Graeve heeft in zijn toespraak tijdens de academische opening van de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst in Leuven ook over dat ongeloof gehad. De tekst van die redevoering is later in 'De Standaard' gepubliceerd en heeft toen een paar weken nogal wat stof doen opwaaien. Dat kwam omdat er volgens hem een verband bestond tussen een dergelijke afschrikwekkende daad enerzijds en het feit dat die door gelovigen gepleegd werd anderzijds. Volgens een aantal mensen was dat al te gortig. Er kwamen snel, wat mij betreft té snel, reacties van voornamelijk mensen verbonden aan de Katholiek Universiteit Leuven. Even leek het erop dat de oude strijd tussen gelovigen en ongelovigen weer opflakkerde, maar ondertussen is het vuur weer gedoofd. Toch is de speech van De Graeve, als je hem langzaam en aandachtig leest, weloverwogen en goed gestructureerd en raakt hij een belangrijk probleem aan waarop ik hier wat dieper wil ingaan. Moderniteit en geloof: vier visies Het is misleidend om de hetze te zien als een conflict tussen twee kampen. In feite zijn er namelijk vier. Om dat te begrijpen moeten we het eerst hebben over de verhouding geloof-moderniteit. Sinds de 16de eeuw zijn mensen in onze cultuur steeds meer belang gaan hechten aan het kritisch en onbevooroordeeld nadenken, aan wetenschap en techniek, aan het autonome individu, aan vrijheid en mensenrechten. Historisch gezien hebben deze 'moderne' waarden zich ontwikkeld in een strijd tegen godsdienst, geloof en kerk. Dat betekent dat we in ieder geval al één duidelijk kamp hebben gekregen: dat van de ongelovigen die de ideeën van de Verlichting hoog in hun vaandel dragen. Voor hen zijn geloof en godsdienst daar niet mee te verzoenen. Daar valt wel iets voor te zeggen natuurlijk. Vergeten we niet dat de r.-k. kerk de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nooit heeft ondertekend. Toch is het zo dat heel wat gelovigen vandaag de dag vinden dat godsdienst wél te verzoenen valt met de moderne waarden. Zij vinden dat respect voor individuele vrijheid, kritische rationaliteit, het maken van bewuste keuzes enz. helemaal niet onverenigbaar zijn met een gelovige levenshouding. Dit is een tweede kamp. Iemand als Herman De Dijn behoort niet tot die laatste strekking. Hij is weliswaar gelovig, maar geen voorstander van de moderniteit. Hij behoort tot een groep van denkers die stellen dat een mens, voordat hij keuzes maakt en voor hij gaat nadenken, al ingebed is in een cultuur, een traditie, een tijdgeest, een wereldbeeld, een taal. Als dat niet zo zou zijn, dan zou hij niet eens keuzes kunnen maken, geen handelingen kunnen stellen, geen oordelen kunnen vellen, niet kunnen denken. Zo'n wereldbeeld gaat ons menszijn vooraf. De gedachte dat wij zomaar onze waarden en levensvisie zouden kunnen kiezen wordt dan sterk gerelativeerd, ja zelfs gezien als een vorm van naïviteit. Hier is dus sprake van een derde kamp: de gelovigen die grote vraagtekens plaatsen bij de idee dat religie en moderne waarden zomaar kunnen verzoend worden. Het vreemde is nu dat ook Peter De Graeve een andere benadering vertegenwoordigt. Hij hoort weliswaar tot de ongelovigen en lijkt een lans te breken voor de moderniteit, maar doet dit laatste toch op een eigenaardige manier. Dat blijkt namelijk uit het feit dat hij zichzelf in de traditie situeert van de sceptici. Nu hebben we meestal de neiging om sceptici te beschouwen als mensen die op een irritante manier alles in twijfel trekken. Dat is echter een te sterke formulering om de visie van De Graeve te typeren. Dat valt duidelijk te merken uit het feit dat hij veel belang hecht aan het 'weten' dat hij tegenover het 'geloven' plaatst. Waar het bij hem voornamelijk om gaat is een houding die ik als 'intellectuele openheid' zou omschrijven. Pas als we dit begrijpen, wordt ook zijn standpunt duidelijker. De sceptici zijn mensen die weliswaar waarheden zoeken en aanvaarden, maar toch altijd principieel bereid zijn om hun visie te herzien. Dat betekent dus dat De Graeve niet zomaar tot de groep atheïsten behoort die gelooft in een definitieve, onbediscussieerbare waarheid. Ik kan me moeilijk voorstellen dat hij ooit lid zou worden van de club der vrijzinnige humanisten (waarmee ik overigens niet wil suggereren dat die een totaal gebrek aan intellectuele openheid vertonen). |
|
De
volledige tekst van dit artikel is te lezen in TGL 2002/1. Dit nummer
kan online besteld worden.
|
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.