Grond die grondeloos is?
24/07/2002
Jan de Leeuw
[email protected]
In tegenstelling tot
Borgman denk ik dat religies, ook jodendom en christendom, wel degelijk bedoelen
zekerheid aan de mensen te geven temidden van de wisselvalligheden van het
bestaan. Die zekerheid kan worden gevonden in het aanvaarden van leerstellingen,
maar ook in de overgave aan een God die op welke wijze ook uiteindelijk redding
zal brengen. Terecht wordt op pag. 204 gezegd dat religie op een dieper niveau
wel degelijk het overwinnen van de wanhoop beoogt. Dus toch een vorm van
zekerheid. Zekerheid is een essentiële behoefte van de menselijke psychè; de
grootste waarde van religie is misschien wel dat ze in die behoefte voorziet.
De stelling op pag. 197 dat "het vele dat over verlossing en redding
gezegd wordt gaat over verlossing in en niet uit deze situatie" is
kennelijk
onjuist. Mochten de aangehaalde psalmteksten al met veel goede (?) wil in
die richting uitgelegd kunnen worden, er staan zowel in het Eerste als in
het Tweede Testament talloze andere teksten tegenover die kennelijk wèl
redding uit een situatie betreffen; zie b.v. de op pag. 198 aangehaalde
bevrijdingsteksten; alleen de psalmen al staan er vol van.
Verder spreekt Borgman over 'de christelijke traditie' als een eenduidig
gegeven; dat is het allerminst, er zijn talloze opvattingen binnen het
christendom, waarvan velen zich bovendien niet met elkaar verdragen, vandaar
allerlei afsplitsingen, waarbij het gevaar van verkettering constant op de loer
ligt. We moeten niet de fout maken onze persoonlijke opvatting van dit moment te
houden voor 'de christelijke traditie'.
Pag. 202 zegt dat "de christelijke traditie uiteindelijk leeft van de
overtuiging dat de grond van het leven zich in het grondeloze leven zelf
openbaart" en verder dat "niet pas in de overwinning op de
gebrokenheid en kwetsbaarheid, maar daarin openbaart zich God als ...
de dragende grond." Dat is echt abrakadabra voor me, maar ik concludeer wel
dat er zelfs in de gedachtengang van Borgman dan toch door God grond geboden
wordt, anders dan pag. 201 zegt. Voor mij openbaart God zich overigens ook op
tal van andere wijzen, het hoeft echt niet allemaal kommer en kwel te zijn.
Pag. 201 zegt het wel erg kras: "Juist het ontledigde en vernederde leven
is de 'heilige grond' van ons bestaan. Het volle leven wordt juist gegeven
aan hun die zonder grond zijn." Nu zijn we toch wel volop terug bij de
middeleeuwse verheerlijking van het lijden, waar we, dacht ik, intussen van af
waren. Dat komt er van als je het onpeilbare mysterie van ons bestaan op wil
hangen aan één tekst.
Pag.203: "Het .feit dat ons kwetsbare leven leefbaar is en zich
blijkt af
te spelen temidden van de sporen van de Gezochte, doet God als de bron en het
doel ervan vermoeden." Helaas zijn er tal van levens die allerminst
'leefbaar' zijn, als je daaronder tenminste méér verstaat dan: niet
eindigend in zelfmoord (en wat te zeggen van levens die wèl in zelfmoord
eindigen?). En hoezo "zich blijkt af te spelen temidden van sporen van de
Gezochte'? Naar mijn mening blijkt er niets anders dan dat sommigen mensen soms
sporen van God denken te ontwaren.
Tot slot n.a.v. pag. 206 eind en 207 begin: het lijkt me juist religies te
beschouwen "als pogingen temidden van een gebroken bestaan oriëntatie te
vinden." In hun eigen formulering en in de beleving van de gelovigen echter
zijn het meestal stelsels die concrete waarheden verkondigen; uit de sterk
uiteenlopende inhoud daarvan volgen de godsdiensttwisten.
Reageren
op bovenstaande reactie kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.