Werkelijkheid versus mythe
7/5/2000
Frans Watté
[email protected]
Ik verwijs naar de rubriek van het discussie-forum "Hocus-pocus en sinterklaasgeloof" met mijn reactie van 4 mei "Reactie van een oudere" waarvan het volgende uittreksel:
"Welke weg moet gevolgd worden?
Door de filosofie, sinds de Grieken tot heden, werd gepeild naar en werden beschrijvingen gemaakt van de vastgestelde gedrags-aspecten en de vermoede drijfveren van het menselijke handelen; betreffende de allereerste oorsprong en de ultieme bestemming van het bestaan bleef de wijsbegeerte eerder in het vage.
De theologie steunt in haar bespiegelingen feitelijk op gissingen en -op hun echtheid oncontroleerbare– openbaringen. De boven-natuur als het grootste mysterie, voorwerp van de metafysica, is enkel te vatten door de mystiek en hogere emotionele intelligentie, is overigens niet vatbaar voor rationele beschrijving en is enkel aanwijsbaar door symbolen in woord en beeld.
Het bezorgen van een aanvaardbare kennis van de ultieme natuur-werkelijkheid die de bovennatuur lijkt te benaderen, blijkt mogelijk door de quantum- en relativiteitstheorieën welke wijzen op: de alles omvattende energie in voortdurende werking (een god-aspect); de éénheid en interactie van alles in de ruimte-tijd van het heelal en de harmonie in de micro- en macrokosmossen die een absolute gelijkheid vertonen wat hun elementaire samen-stelling betreft; de manifestaties van de natuurkrachten en hun materialisaties (schepping); de verweving van de wording der dingen en hun voorlopige vernietigingen (ontbindingen van de materie, de dood) om transformaties en herwording toe te laten; een universeel en intrinsiek bewustzijn dat de levenloze en levende dingen bezielt en grond is van evolutie tot steeds hogere (transcendente) niveaus van het "zijn" (is dit hoogste en agerend Bewustzijn niet het "Woord" van het Johannes-evangelie dat in het begin bestond en goddelijk genoemd wordt, en god-zelf is, waardoor alles geworden is?).
Ik hoorde eens de suggestie dat de school-leergangen Godsdienst en Natuurkunde tot één cursus zouden moeten samengevoegd worden."
Het verwondert mij dat er zo weinig reacties voorhanden zijn betreffende niet-kerkelijke en niet-theologische benadering van spiritualiteit en geloofsinhoud, namelijk de benadering ervan langs de weg der kennis van de fundamentele natuur en van de fundamentele werkelijkheid van de kosmos.
Ik ben er ook niet op uit wegens onbevoegdheid en gebrek aan academische onderlegdheid, filosofische en theologische debatten te voeren. Wat mij vooral van belang lijkt te zijn is een realistisch beschouwen dat het levens-inzicht een aanvaardbare inhoud geeft; concreet betekent dit: het levensverloop en dus ook de daaraan inherente dood aanvaardbaar maken, in éénheid met al het bestaande en beheerst door geluksdrang.
Ik denk dat velen dit zouden wensen. Men is echter van dergelijke kennis verstoken gebleven, veelal door gebrek aan deelname aan een spirituele evolutie sinds de ontdekkingen van de moderne natuurkunde in de loop van de voorbije eeuw, wat het gebrek meebracht aan vrijmaking van mythisch geloof dat in de kerkelijke lering vervat ligt; terwijl ook de nadruk gelegd werd op de gedragsleer en op het sociaal karakter van het christen-zijn (met alle waardering voor de christelijke naastenliefde die aan de grond ligt van de activiteiten van geestelijke personen en instituten) -en niet voldoende op het transcendentaal karakter van de religiositeit. Slechts laat (en ook thans nog niet of onvoldoende) werd de aandacht gevestigd op de openbaringen betreffende de werking van de allesomvattende energie die de essentie is van alle dingen en gebeurtenissen -aldus goddelijk van aard- en zich uitstrekt tot in het verste van de kosmos waarvan wij een intrinsiek deeltje zijn.
Het is verwonderlijk hoeveel inzicht in die fundamentele werkelijkheid aangetroffen wordt in de oudste Oosterse geschriften (alsof men in de vroegste tijden door zuiverheid en originaliteit van het denken en door intuïtie de gegevens van de moderne natuurkunde reeds kende). Zelf vond ik veel van die kennis onder meer bij Sri Aurobindo (overleden in 1950), Fritjof Capra, Jung, David Bohm, Hubert Reeves.
Ik hoop op dit onderwerp nog te kunnen terugkomen.