Wetenschap en geloof in overeenstemming gebracht

16/5/2000
Anoniem

Geef uw mening op deze reactie

Bedenkingen bij enkele zinnen van Frans Watté‚ 7/5/2000, "Wetenschap versus mythe".

Ik lees in uw bijdrage...

"Ik hoorde eens de suggestie dat de school-leergangen Godsdienst en Natuurkunde tot één cursus zouden moeten samengevoegd worden."
En...
"Het verwondert mij dat er zo weinig reacties voorhanden zijn betreffende niet-kerkelijke en niet-theologische benadering van spiritualiteit en geloofsinhoud, namelijk de benadering ervan langs de weg der kennis van de fundamentele natuur en van de fundamentele werkelijkheid van de kosmos".

Wanneer ik dit lees moet ik denken aan één van de groten (door sommigen hooggeprezen, door anderen gekleineerd ), nl. Teilhard de Chardin, over wie ik juist dezer dagen enkele boeken las nl.

Maar het gevaar is, zoals in "Christ in all Things" p. 139-140 wordt beschreven (ik vertaal samenvattend) dat iemand, zoals Teilhard, die "Godsdienst en Natuurkunde" aan mekaar wil verbinden door de vaklui van de twee gebieden als een amateur wordt gezien.
Dat gebeurde, schrijft Ursula King, in 1955, kort na de dood van Teilhard. De Franse Katholieke Universiteit van Montreal, Canada, organiseerde een publieke zitting voorgezeten door de vice-kanselier en aangekondigd als een niet-bevooroordeeld-onderzoek over het theologisch en (natuur-)wetenschappelijk werk van Teilhard. Julian Huxley was toen directeur van UNESCO in Parijs ... Hij gaf verslag van het gebeuren tijdens de zitting die een afgeladen volle zaal had getrokken. In zijn memoires schrijft Huxley: "Het podium was ingenomen door een lange tafel waaraan vijf professoren en verschillende clericale theologen gezeten waren, waaronder een grimmige Dominicaan in een prachtig golvend wit habijt.
Eén voor één stonden de theologen en de professoren op en zegden hun zegje. Was Teilhard een goed wetenschapper? Neen, dat was hij niet. Was hij een competent filosoof? Neen, dat was hij niet. Was hij een gedegen methodoloog? Neen, dat was hij niet. De mensen noemen hem een geoloog, maar hij was enkel een amateur. De mensen noemen hem een theoloog, maar was hij het wel? Uiteindelijk rihctte de Dominicaan zich in volle lengte op om het verdict uit te spreken. Hij sprak een magnifiek Frans en ging doorheen alle aangehaalde argumenten. Het publiek hield de adem in. De abbé in zijn schilderachtige witte klederen bekeek al de gezichten die op hem gericht waren en wachtten op zijn verdict. Hij hief de arm in zijn schilderachte witte brede mouw op en sprak: "Teilhard was ... een poëet". "Zijn woorden zijn mooipraterij en leugen. Hoedt u ervoor niet in die valkuil te vallen" ... Hij zette zich terug neer temidden van een doodse stilte. Teilhard en al zijn werken waren hiermee veroordeeld.
"

Dit rapport, schrijft Ursula King, is een opvallend bewijs dat, spijts het feit dat in 1955 de meeste van zijn werken nog niet gepubliceerd waren, de naam van Teilhard en zijn ideeën wel voldoende bekend waren bij het Frans–sprekend publiek, om op een zitting als deze een massa volk te trekken, maar ook dat ze bij traditionele katholieken vrees en een afwerende houding opriepen. En dan schrijft ze: "Het is interessant om te zien hoe Huxley op deze ervaring reageerde, speciaal omdat hij door de vice-kanselier was uitgenodigd om te spreken, omdat hij Teilhard persoonlijk had gekend." Zijn memoires vertellen verder:
"Ik aanvaardde de uitnodiging en stapte het podium op. Ik wendde me tot het publiek en verklaarde dat, voor zover mijn persoonlijke kennis reikte, Père Teilhard een volkomen eerlijk man was, een excellent paleontoloog en dat –hoewel ik niet in alles met hem akkoord was- ik van oordeel was dat zijn verzoening van wetenschappelijke feiten en religieus geloof volgens de lijnen van de evolutieleer ten zeerste verhelderend waren en een hulp voor elke eerlijke zoeker. Er brak spontaan een oorverdovend applaus los bij het publiek, alsof ineens een grote spanning gebroken was. Het handgeklap duurde verschillende minuten, terwij het panel van geleerden grimmig zat te kijken. Als ik van het podium stapte en de zaal verliet, gelukkig dat ik iets had kunnen doen om een oude vriend van me te kunnen verdedigen, werd ik belegerd door een zwerm jonge vragenstellers..."

Geef uw mening op deze reactie


Terug naar reactie 13-1
Terug naar reactie 13-1


Volgende reactie