Palliatieve zorg in het debat over euthanasie

3/2/2000
Bert Broeckaert
[email protected]

Geef uw mening op deze reactie

Eén van de centrale onderstellingen van de meerderheidsvoorstellen inzake euthanasie in het Belgische parlement betreft de (vermeende) autonomie van de ondraaglijk lijdende ongeneeslijk zieke patiënt. Het is evident dat een ongeneeslijk zieke patiënt die ondraaglijke pijn lijdt en aan zijn lijden geen einde ziet al heel snel in de richting van euthanasie gedreven wordt. Even evident lijkt het ons dat men in voorkomend geval evenwel nauwelijks van een autonome keuze kan spreken. De druk van de uiterst penibele omstandigheden waarin de patiënt zich bevindt, is op dat ogenblik voor hem zo groot dat de eigen, diepere wil en overtuiging van de patiënt nauwelijks nog hun invloed laten gelden. Het is dan ook onze stellige overtuiging dat de keuze van de patiënt er nooit één kan zijn tussen palliatieve zorg en euthanasie, zoals in de meerderheidsvoorstellen wordt gesuggereerd. Palliatieve zorg is geen exotische of esoterische therapie die de uitbehandelde ongeneeslijk zieke patiënt als één van de mogelijke keuze-alternatieven, naast euthanasie, ter beschikking staat. Palliatieve zorg is (ze zou het in elk geval moeten zijn) dé actieve totaalbenadering waarmee de geneeskunde en de gezondheidszorg de ongeneeslijk zieke patiënt tegemoet treedt en is in die zin eerder een evidentie en een uitgangspunt dan een bewuste en uitdrukkelijke keuze van de patiënt.

Juist uit respect voor de autonomie en de keuzevrijheid van de patiënt is het van het allergrootste belang dat ongeneeslijk zieke patiënten volgens de principes van de palliatieve zorg worden bijgestaan (aandacht voor hun lichamelijke, psychische, sociale en geestelijke noden; interdisciplinaire benadering; actieve zorg;...). Pas door erop toe te zien dat deze voorwaarde is vervuld kan men verhinderen dat heel wat mensen om oneigenlijke redenen, die meer te maken hebben met het falen van onze gezondheidszorg dan met de autonome wil van de patiënt, om euthanasie verzoeken en euthanasie verkrijgen. De indieners van de wetsvoorstellen hebben gelijk wanneer ze menen dat palliatieve zorg niet alle vragen naar euthanasie kan voorkomen of oplossen. Inderdaad zullen er altijd mensen zijn die ook met de beste palliatieve omkadering, die ook wanneer de fysieke en psychische symptomen waaronder zij lijden onder controle zijn gebracht, om euthanasie blijven vragen. Het zijn vaak mensen die eruit willen stappen omdat het leven voor hen niet meer hoeft, omdat het leven voor hen zinloos geworden is, niet langer de moeite waard. Eerder dan vanuit een puur fysieke of zelfs psychische problematiek is het vanuit dit geestelijke niveau, het domein van de zingeving, dat hun euthanasievraag begrepen dient te worden. Wat de dagdagelijkse omgang met stervenden in de palliatieve zorg evenwel leert is dat slechts een uiterst kleine minderheid van de patiënten die om euthanasie verzoeken tot deze categorie behoort. Bij de overgrote meerderheid van de patiënten die om euthanasie vragen verdwijnt het verzoek nadat ze worden geconfronteerd met de weldoende effecten die uitgaan van goede palliatieve zorg. Uit de ervaring van palliatieve zorgverleners in het omgaan met stervenden blijkt voortdurend dat het overgrote deel van de ongeneeslijk zieke patiënten geen euthanasie, maar leven wil, ook die laatste maanden, weken en dagen. Eerder dan om menswaardig sterven, gaat het in de palliatieve zorg dan ook om menswaardig leven in het aanzicht van de dood. Een verkeerde inschatting van de autonomie van de ondraaglijk lijdende patiënt zet de deur open voor een aantal keuzes voor euthanasie die eigenlijk geen echte keuzes zijn, maar eerder als hulpvragen dienen begrepen te worden. Wil men de euthanasievraag in haar reële proporties beschouwen, dan is een aanpassing van de huidige wetsvoorstellen -veel meer aandacht voor palliatieve zorg, ook in het wetsvoorstel betreffende de euthanasie- dringend nodig.

Geef uw mening op deze reactie


 Bekijk reactie(s) op deze reactie
Bekijk reacties