Help mij, help mij uit de nood
3/2/2000
Jan Maes
[email protected]
Mijn oom was priester-ziekenhuisaalmoezenier. Hij had een kanker die volledig was uitgezaaid. Hij had jaren aan een stuk ongeveer 300 mensen per jaar weten sterven. Hij wist perfect wat hem te wachten stond. Daarom had hij gehoopt om na een snel vorderend aftkelingsproces thuis te kunnen sterven, en een stelselmatig opgedreven pijnbestrijding d.m.v. morfine. Dat mislukte. Hij behoort tot die 4 à 5% van patiënten die niet op de morfine reageerden. Door de onenigheid onder broers en zusters over wie nu voor hem ging zorgen, besloot hij zich alsnog naar het ziekenhuis te laten overbrengen. Daar heeft hij nog meer dan een week de meest helse pijnen uitgestaan. Hij vroeg: help mij, probeerde nog zijn infusen uit te trekken, sloeg mijn moeder in haar gezicht toen zij hem zei: Jan, dat moogt ge niet doen. Was wanhopig toen mijn moeder "hulp" ging halen. De dokters, waar hij jaren mee had samengewerkt en die hadden laten doorschemeren dat ze hem zouden helpen als het zover was, weigerden hem een verlossende spuit toe te dienen. Op het einde spuwde hij hersenvocht uit. Zijn zus die verpleegster is heeft nog steeds schuldgevoelens dat ze hem niet uit zijn verschrikkelijk lijden heeft verlost, mijn moeder leeft verder met het idee dat ze hem verraden heeft.
Als men hem een week eerder een spuitje had gegeven had hij temidden van zijn broers en zussen thuis kunnen sterven. Dat werd hem onthouden. Als het ooit zover komt dat dit zich voordoet met mijn vrouw of mijn ouders, zal ik geen moment aarzelen om aan hun vraag gehoor te geven. Uit liefde en respect voor hen.
In naam van al de mijnen.
Jan Maes