Voor iedereen van goede wil
25/5/2000
Tommy Elskens
[email protected]
Allereerst mijn excuses voor de trage reactie: ik meen mij echt te kunnen herinneren dat ik al een vrij uitgebreid antwoord gepost had, maar dat is klaarblijkelijk niet zo. De tweede poging dus.
Om te beginnen zou ik willen stellen dat het verschil tussen de stellingen van dhr. Bittremieux (zie reactie 12-3-3: "Zo vaak diezelfde simplismen") en die van de katholieke Kerk behoorlijk groot te noemen zijn, om niet te zeggen onoverbrugbaar. Dat wil niet meteen zeggen dat zijn stellingen waardeloos zijn, maar enkel en alleen dat zijn stellingen uw geloof niet onmiddellijk moeten beïnvloeden.
Mocht iemand hier u het idee geven dat geloven enkel is voor mensen met diploma's, dan is dat een hoogst betreurenswaardige zaak. Geloven is immers op de eerste plaats een zaak van het hart en niet van het hoofd. Telde de Timmermanszoon onder zijn volgelingen ook geen eenvoudige vissers? Méér nog, was de leerling die de mogelijkheid kreeg te binden en ontbinden in de hemel en op aarde niet iemand die nauwelijks kon schrijven en al helemaal geen Grieks kon, de taal van iedereen die ook maar een beetje mee was? Men kent iemands geloof niet naar zijn woorden, maar wel naar zijn daden. Hierbij is het vanzelfsprekend niet mijn bedoeling moraliserend over te komen of iemand hier in het bijzonder te vermanen, het is gewoon een vaststelling zonder meer.
Daarna komen we aan bij het spreken en nadenken over het geloof. De mens is, door Gods vrijgevigheid, een wezen begiftigd met rede en sterke sociale neigingen: denken en spreken vormen mijns inziens (naast handelen) de kern van het menselijk bestaan. Dus, waarom zouden wie dan ook over juist zoiets belangrijks als het geloof zwijgen? Hebben we overigens niet de opdracht gekregen om ons geloof te belijden en allen te onderwijzen?
Nog een stap verder is de theologie: dit is een wetenschap en het is volstrekt normaal dat men daarvoor studies gedaan moet hebben. Het is echter bon ton om alles dat met geloof te maken heeft, over dezelfde kam te scheren: maar toch maakt iedereen een onderscheid tussen auteurs, boeken, lezers en recensenten, om maar iets op te noemen. Een ander voorbeeld: ook al weet de boer niets over het proces waardoor alcohol gevormd wordt, zijn wijn zal altijd beter zijn dan die van diegene die gepromoveerd is op deze materie.
Eventjes nog wil ik aanstippen dat het "niveau" in sommige kerken inderdaad laag is: zelf heb ik al een priester meegemaakt die al met de consecratie bezig was terwijl het geld van de collecte nog overal rinkelde. Zijn mis was op een halfuurtje afgerammeld. Nooit meer heb ik in die kerk nog een voet binnengezet.
Is dat echter niet het voordeel van zoveel parochies? Het is niet optimaal, maar men moet slechts vijf minuutjes langer rijden, fietsen of lopen en je komt een andere kerk en een andere viering tegen.
Dit terzijde, want daar draaide de opmerking niet echt om, meen ik toch: uw twijfels gingen eerder uit van het etiket van dhr. Bittremieux, het zogenaamde "plechtige communie"-niveau dat u dan weer verbond met de preken.
Als ik enigszins zo onbeschaamd mag spreken, vrees ik dat u een verkeerde associatie gemaakt hebt: dit kan dhr. Bittremieux nooit bedoeld hebben. Priesters hebben een lange opleiding achter de rug, wijden zich hun hele leven lang aan meditatie, bijbellezing en het gebed, worden bijgestaan door ik weet niet hoeveel pastoraal geschoolde medewerkers en zijn (in het algemeen) heel serieus bezig met de voorbereiding van die preken. Je moet als godsdienstleerkracht toch wel bergen werk verzetten als je dit week na week zou wensen vol te houden. Dit kan dus onmogelijk hetgene zijn dat dhr. Bittremieux bedoelde, als ik zo vrij mag spreken natuurlijk.