Ontdaan van idylle
13/08/2002
Frans Maas
[email protected]
De titel van René Van Eynde´s reactie zet een vraagteken achter mystiek die gedwongen en gruwelijk zou zijn. Terecht is dat, wanneer ons gesprek de suggestie gewekt heeft dat de Godsrelatie een voldoende gehalte leed en somberheid moet bevatten. Dat zou inderdaad een verkeerd soort lijdensmystiek worden. Dat echter was niet de strekking van wat we wilden zeggen rondom de trefwoorden grond en grondeloosheid. Waar het ons om ging, was te stellen dat mystiek niet zomaar een product van eigen bodem is, niet een eigen project dat ergens nuttig voor is, zeker niet een project dat wel goed staat op je religieuze CV. We wilden mystiek ontdoen van haar idyllische en harmoniserende associaties, we wilden het onteigenende en het harde ervan in beeld brengen. Mystiek is niet een fraaie voltooiing van wat mensen zelf in de steigers hebben gezet. Het heeft op cruciale momenten meer iets van een orkaan, van rukwinden die door de eigen wereld razen.
Of betekende het vraagteken in de titel van de reactie vooral scepsis ten aanzien van onze overtuiging dat de weg naar God veel loslaten impliceert, waarbij wij bovendien de kosten van eventuele mislukkingen in dat loslaten niet meteen bij God willen declareren? In die richting wijst het sarcasme over de beeldspraak voor geloven als diepzee-zwemmen en over kerkelijke en religieuze autoriteiten. Daarom moet voorlopig het heil liever gezocht worden bij de (diepte)psychologie. Natuurlijk is er volstrekt niets tegen psychologie als hulp om illusies en projecties te doorzien. Elk godsbeeld is zo´n projectie, die - hoezeer we haar ook nodig hebben voor communicatie, voor rituelen, verhalen en begrippen - uiteindelijk gerelativeerd moet worden als menselijke constructie. In die zuivering kan de psychologie een belangrijke factor zijn. Maar zoals elke wetenschap werkt de psychologie met overzichtelijke coördinaten: je weet zo precies mogelijk waar je blijft. Psychologie gebruikt goed gedefinieerde religieuze concepten en probeert daarmee het proces van de religieuze constructie zorgvuldig te volgen, De grondstof waarin men die religieuze constructie uitgevoerd ziet, verschilt per psychologische theorie, maar het stramien is fundamenteel hetzelfde: antropocentrisch, veelal reductief of hoogstens agnostisch ten aanzien van wat er in de religieuze symbolen nog méér aan de hand kan zijn dan menselijke mechanismen. Afgezien van dat reductivisme, hoort dat wellicht ook zo. Mystiek - en eigenlijk geloven überhaupt, als we Kierkegaard met zijn beeldspraak van zwemmen in het diepe serieus nemen - gaat precies over wat de mens heeft met dit "méér dan menselijke mechanismen". De religieuze tradities hebben juist daar werk van gemaakt en wel ín en door ook voor menswetenschappen toegankelijke spirituele wegen, symbolen, verhalen en rituelen. Als de psychologie op dit vlak haar werk goed doet, wijst zij het menselijke aan in alle sacrale praktijk. Zij helpt het idee los te laten dat sacrale teksten en praktijken God zelf zouden zijn. De mystiek gaat echter een stap verder, zij gaat over datgene wat in dit loslaten bloot komt te liggen: het geheim van God in relatie tot mens en wereld. Voor iemand als Meester Eckhart staat niet het maagdelijk loslaten, maar het vruchtbaar worden van de maagd-vrouw centraal.
Daarom is niet elk loslaten dat de ouderdom met zich meebrengt op zichzelf reeds mystiek. Het gaat er maar om welke weg daardoor wordt vrijgemaakt en of door dat loslaten nieuwe kwaliteit van leven een kans krijgt. Gelukkig zie je soms bij oude mensen de wijsheid doorbreken. Maar je ziet soms ook hoe mensen met het klimmen der jaren terugvallen in hun eerste infantiliteit. Het laagje beschaving en deugdzaamheid dat in de kracht der jaren standhield, bladdert af en zij staan er ontluisterd bij. Het hangt er maar van af of mensen ooit doorheen die beschaving toegang gevonden hebben tot wat altijd al méér was dan die beschaving.
En dan nog iets. De kerk met haar
read only-openbaring krijgt er weer eens van langs. Voor zover dat het
geval is, terecht. Maar het is geen argument meer. We weten nu toch onderhand
wel hoe menselijk, al té menselijk de kerk is in haar verzet tegen de
Verlichtingsidealen. Zoals we intussen ook weten dat dit in gelijke mate geldt
voor haar verlichte critici, die wijzelf ook veelal zijn. Maar als het gaat om
mystiek is kerkelijke reserve eigenlijk heel natuurlijk. Mystiek betreft de
relatie met de Verborgen God, ín de beelden voorbij aan de beelden. Mystiek
gaat elke menselijke afbakening te buiten. Juist dat brengt de mystici aan de
rand van de kerk als afbakenend instituut, wat de kerk noodzakelijk ook is. Daar
horen zij, dat is hun natuurlijke plek. Niet zozeer doordat die kerk altijd zo
bazig en gelijkhebberig is, maar doordat mystiek uitdrukkelijk iets heeft met
Gods verborgenheid, met Waarheid die de kaders van gecultiveerde waarheden te
buiten gaat. Het pleidooi dat mystiek altijd midden in de kerk moet staan, is in
die zin een innerlijke tegenstrijdigheid. Het is al heel wat dat de kerk, vaak
naderhand, aan die mystici de eer gunt die hen toekomt en van hen wil leren.
Maar de spanning tussen kerkelijke en mystieke religiositeit is heel gezond.
Alleen is die spanning er meestal ook in één en dezelfde persoon en dan is zij
extra moeilijk. Misschien wel gruwelijk moeilijk.
Reageren
op bovenstaande reactie kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.