|
Beste Herman,
Allereerst dank
voor je vragen. Het doet deugd, wanneer iemand je tekst zo nauwkeurig
leest. Je hoeft natuurlijk geen theoloog te zijn om vragen te stellen of
kritische kanttekeningen te plaatsen.
Om te beginnen
je opmerking over hedendaagse verhoudingen en vraagstukken. Zo,
los van zijn contekst, doet dit fundamentalistisch aan. Zo is het zeker
niet bedoeld; de bijbel is geen receptenboek. Wat ik eerder wil zeggen
is dat ook de wereld van de bijbelse schrijvers geen volmaakte is. Dat
zij geprobeerd hebben, in de vorm van verhalen, liederen, wetten, etc.,
ordening aan te brengen in die dikwijls zo chaotische werkelijkheid.
Daar kunnen wij van leren!
Nu je vragen.
- Ooit kreeg ik
van een joodse vriend een stencil waarop de zeven manieren waren
aangegeven, die joodse kinderen in Israël op school krijgen
aangereikt, om de bijbel te lezen. Ik heb die stencil eens
uitgeleend en niet meer teruggekregen. Ik weet nog dat daar een
aantal cultuurhistorische leeswijzen op stonden, en een aantal
gelovige leeswijzen. In de joodse traditie is de bijbel ‘geloofsboek’
en ‘cultuurboek’ beide. Ik denk dat dat ook de juiste houding is
voor een christelijk exegeet. Enerzijds vertelt de bijbel over de
contekst waarin de verhalen zijn ontstaan, anderzijds trachten
bijbelse schrijvers, dwars door de spanningen van hun tijd heen,
antwoorden te geven op vragen die universeel zijn. Voor de exegeet
is het daarom van belang om de ideologieën en de spanningsbogen
achter de verhalen proberen te achterhalen, om vervolgens de
geloofsvisie te kunnen construeren. Vervolgens ga ik in dialoog met
de tekst. Als richtsnoer heb ik daarbij een citaat van Rabbijn
Aschkenasy: "Een tekst – en zeker een tekst die als
goddelijke openbaring wordt ervaren – functioneert pas in de
confrontatie van die tekst met de levenspraktijk van de lezer of
hoorder. Zo zal elke lezer anders lezen, elke generatie de tekst
anders interpreteren, vanuit de eigen situatie en de eigen
problematiek. En alles wat de tekst in alle geslachten ooit in het
leven van enkeling of gemeenschap teweeg heeft gebracht, is de ‘inhoud’
van die tekst." (Y. Aschkenasy e.a., Geliefd is de mens,
B. Folkertsma Stichting, 1981). Bijbelse openbaring ligt daar waar
een bijbeltekst en mijn geleefde realiteit elkaar ontmoeten. In dat
dynamische proces ‘gebeurt’ openbaring.
- Ik denk dat
een vrijzinnige best wel de bijbel zal kunnen lezen. Waarom niet?
Maar voor wie ‘openbaring wil laten gebeuren’ is een gelovige
houding een voorwaarde.
- De derde
vraag betreft de ervaringskennis. Wanneer ik spreek van een ‘ik-vind’
cultuur, wil dat zeker niet zeggen dat ik afwijzend sta tegenover
ervarings-weten/katechese. Maar ik duid hiermee op een mentaliteit
die ik in Nederland regelmatig aantref: kennis is overbodig; het
gaat uitsluitend om wat je zelf ervaart en beleeft. Weten is bij ons
in discrediet geraakt en dat stagneert een gelovig groeiproces
evenzeer, als de vroegere ‘zo-is-het’-cultuur. Waar ik voor
pleit is een wisselwerking tussen kennis en ervaring. De informatie
uit het ‘Internationaal commentaar op de bijbel’ is als bron van
kennis een betrouwbare leidraad, waarmee groepen in leerhuizen e.d.
aan de slag kunnen. Ervaring is de innerlijke bron die deelnemers
zelf meebrengen.
- Voor de
neurobiologische informatie verwijs ik graag naar het boek van
Palmyre Oomen, Hersen Bewustzijn Zicht op onszelf, Nijmegen
2001 (zie recensie TGL 2002/4). Wat betreft die meest recente
snufjes van exegeten wil ik u wijzen op het volgende. In de vorige
eeuw is men zich in de filosofie bewust geworden van de reikwijdte
van de menselijke taal als een medium waarin wij niet alleen onze
gedachten verwoorden, maar waarin ons denken ook gestalte krijgt. De
taal die wij gebruiken beïnvloedt ons denken. Dat geldt ook voor de
taal van de bijbel. Als exegeten zich verdiepen in eigentijdse
taalfilosofische problemen is dat om precies die constituerende en
reflecterende functies van de taal voor religieuze teksten dieper te
doorgronden. Wat wordt er gezegd, hoe wordt dat gezegd enz. Het zijn
geen moderne snufjes maar een participatie aan een moderne dialoog
over de enorme impact van taal. Een dynamisch openbaringsproces kan
"niet blijven stilstaan bij wat vroeger was" (Jes. 43,18).
Onze God is volgens Jesaja een dynamische God die in moeilijke
situaties "iets nieuws gaat beginnen" (Jes. 43,19).
- Als
voorstander van de oecumene geloof ik in een voortdurende dialoog
tussen de godsdiensten. Niet om de eigen identiteit te verliezen,
maar om in respect voor elkaars ‘anderszijn’ de wil te
ontwikkelen om met elkaar in gesprek te blijven en van elkaar te
leren.
In een recensie
ben je als auteur gebonden aan een exact aantal woorden. Er is over een
boek van 2260 pagina’s natuurlijk veel meer te zeggen. Ik ben blij dat
uw kritische vragen mij opnieuw dwingen om over dit boek na te denken.
Met vriendelijke
groet,
Mimi
Deckers-Dijs
|