Antwoord op vragen

13/03/2003
Mimi Deckers-Dijs
[email protected]

Geef uw mening over dit artikel

Beste Herman,

Allereerst dank voor je vragen. Het doet deugd, wanneer iemand je tekst zo nauwkeurig leest. Je hoeft natuurlijk geen theoloog te zijn om vragen te stellen of kritische kanttekeningen te plaatsen.

Om te beginnen je opmerking over hedendaagse verhoudingen en vraagstukken. Zo, los van zijn contekst, doet dit fundamentalistisch aan. Zo is het zeker niet bedoeld; de bijbel is geen receptenboek. Wat ik eerder wil zeggen is dat ook de wereld van de bijbelse schrijvers geen volmaakte is. Dat zij geprobeerd hebben, in de vorm van verhalen, liederen, wetten, etc., ordening aan te brengen in die dikwijls zo chaotische werkelijkheid. Daar kunnen wij van leren!

Nu je vragen.

  1. Ooit kreeg ik van een joodse vriend een stencil waarop de zeven manieren waren aangegeven, die joodse kinderen in Israël op school krijgen aangereikt, om de bijbel te lezen. Ik heb die stencil eens uitgeleend en niet meer teruggekregen. Ik weet nog dat daar een aantal cultuurhistorische leeswijzen op stonden, en een aantal gelovige leeswijzen. In de joodse traditie is de bijbel ‘geloofsboek’ en ‘cultuurboek’ beide. Ik denk dat dat ook de juiste houding is voor een christelijk exegeet. Enerzijds vertelt de bijbel over de contekst waarin de verhalen zijn ontstaan, anderzijds trachten bijbelse schrijvers, dwars door de spanningen van hun tijd heen, antwoorden te geven op vragen die universeel zijn. Voor de exegeet is het daarom van belang om de ideologieën en de spanningsbogen achter de verhalen proberen te achterhalen, om vervolgens de geloofsvisie te kunnen construeren. Vervolgens ga ik in dialoog met de tekst. Als richtsnoer heb ik daarbij een citaat van Rabbijn Aschkenasy: "Een tekst – en zeker een tekst die als goddelijke openbaring wordt ervaren – functioneert pas in de confrontatie van die tekst met de levenspraktijk van de lezer of hoorder. Zo zal elke lezer anders lezen, elke generatie de tekst anders interpreteren, vanuit de eigen situatie en de eigen problematiek. En alles wat de tekst in alle geslachten ooit in het leven van enkeling of gemeenschap teweeg heeft gebracht, is de ‘inhoud’ van die tekst." (Y. Aschkenasy e.a., Geliefd is de mens, B. Folkertsma Stichting, 1981). Bijbelse openbaring ligt daar waar een bijbeltekst en mijn geleefde realiteit elkaar ontmoeten. In dat dynamische proces ‘gebeurt’ openbaring.
  2. Ik denk dat een vrijzinnige best wel de bijbel zal kunnen lezen. Waarom niet? Maar voor wie ‘openbaring wil laten gebeuren’ is een gelovige houding een voorwaarde.
  3. De derde vraag betreft de ervaringskennis. Wanneer ik spreek van een ‘ik-vind’ cultuur, wil dat zeker niet zeggen dat ik afwijzend sta tegenover ervarings-weten/katechese. Maar ik duid hiermee op een mentaliteit die ik in Nederland regelmatig aantref: kennis is overbodig; het gaat uitsluitend om wat je zelf ervaart en beleeft. Weten is bij ons in discrediet geraakt en dat stagneert een gelovig groeiproces evenzeer, als de vroegere ‘zo-is-het’-cultuur. Waar ik voor pleit is een wisselwerking tussen kennis en ervaring. De informatie uit het ‘Internationaal commentaar op de bijbel’ is als bron van kennis een betrouwbare leidraad, waarmee groepen in leerhuizen e.d. aan de slag kunnen. Ervaring is de innerlijke bron die deelnemers zelf meebrengen.
  4. Voor de neurobiologische informatie verwijs ik graag naar het boek van Palmyre Oomen, Hersen Bewustzijn Zicht op onszelf, Nijmegen 2001 (zie recensie TGL 2002/4). Wat betreft die meest recente snufjes van exegeten wil ik u wijzen op het volgende. In de vorige eeuw is men zich in de filosofie bewust geworden van de reikwijdte van de menselijke taal als een medium waarin wij niet alleen onze gedachten verwoorden, maar waarin ons denken ook gestalte krijgt. De taal die wij gebruiken beïnvloedt ons denken. Dat geldt ook voor de taal van de bijbel. Als exegeten zich verdiepen in eigentijdse taalfilosofische problemen is dat om precies die constituerende en reflecterende functies van de taal voor religieuze teksten dieper te doorgronden. Wat wordt er gezegd, hoe wordt dat gezegd enz. Het zijn geen moderne snufjes maar een participatie aan een moderne dialoog over de enorme impact van taal. Een dynamisch openbaringsproces kan "niet blijven stilstaan bij wat vroeger was" (Jes. 43,18). Onze God is volgens Jesaja een dynamische God die in moeilijke situaties "iets nieuws gaat beginnen" (Jes. 43,19).
  5. Als voorstander van de oecumene geloof ik in een voortdurende dialoog tussen de godsdiensten. Niet om de eigen identiteit te verliezen, maar om in respect voor elkaars ‘anderszijn’ de wil te ontwikkelen om met elkaar in gesprek te blijven en van elkaar te leren.

In een recensie ben je als auteur gebonden aan een exact aantal woorden. Er is over een boek van 2260 pagina’s natuurlijk veel meer te zeggen. Ik ben blij dat uw kritische vragen mij opnieuw dwingen om over dit boek na te denken.

Met vriendelijke groet,

Mimi Deckers-Dijs


Terug naar reactie 1 van H. Torfs
Terug

Bekijk reactie(s) op dit artikel
Reacties


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :