Geen slechte dood
9/2/2000
Jan Jans
[email protected]
Euthanasie is letterlijk een 'goede dood' -en wie kan daar nu tegen zijn.
De betekenis die het woord in het lopende debat gekregen heeft, namelijk
levensbeëindiging of doodmaken op een menselijke wijze, is slechts te begrijpen
vanuit de 'contrastervaring' die mensen opdeden (en waarschijnlijk helaas nog
opdoen) met 'een slechte dood'. Dat is inderdaad een nood waaruit mensen
geholpen willen worden, en als nood is deze zonder meer terecht.
Ik denk echter dat de contrastervaring ons ook kan doen uitkijken naar een
ander soort van respons, en wel vanuit het inzicht (en denk ik ook, de ervaring
van betrokkenen) dat euthanasie toch de keuze is voor een minder kwaad. Ik
bepleit dus dat men zich niet moet neerleggen bij wat onder omstandigheden te
verantwoorden is -euthanasie dus- maar dat er ook de prikkel moet zijn om te
zoeken naar een alternatief. Concreet: de slechte dood niet vervangen door een
minder slechte dood, maar door 'geen slechte dood'. Nu is dit laatste lastig om
in procedures, wettteksten en afspraken onder te brengen omdat het over de
concrete en dus contingente manier gaat waarop mensen sterven. De palliatieve
benadering neemt m.i. die handschoen op en ontkomt zo bijna altijd aan het
dilemma tussen een slechte en een minder slechte dood. Ik weet niet of men zo
tot een 'goede dood' kan komen (echt 'euthanasie' dus), maar het blijkt wel een
begaanbare weg te zijn die voert tot het 'best mogelijke' sterven.
In het debat naar aanleiding van het wetsvoorstel van de regeringspartijen
zie ik echter een tendens om aan noties zoals 'goed sterven' of 'best mogelijk
sterven' niet een dergelijke inhoudelijke invulling te geven, maar wel een
voluntaristische. Met inhoudelijke invulling bedoel ik het alternatief dat ik net
beschreef: uit de concrete ervaring van een slechte/minder slechte dood zoekt
men naar iets beter. Met voluntarisme bedoel ik dat 'iets beter' geheel gaat
afhangen van de *wil* van de betrokkene, c.q. de patiënt. 'Euthanasie' wordt
dan sterven volgens de wil en wens van de stervende, die, zo het wetsvoorstel,
b.v. de volle vrijheid moet hebben te kiezen tussen palliatieve zorg en
euthanasie. De logica hiervan gaat m.i. echter verder: de patiënt moet ook
kunnen kiezen tussen gewone verdere behandeling, geen behandeling, alternatieve
behandeling, doorgedreven behandeling, therapeutische hardnekkigheid. Het
inzicht dat er in sterven en dood wel degelijk beter en minder is, wordt zo opgegeven en vervangen door eigen keuze. De vraag naar verantwoording
verdwijnt, slechts een mager 'omdat ik dat wil' blijft. Zo (ver)breekt
communicatie en komt een nieuw type van slechte dood tot stand.