We slepen een verleden mee!
15/4/2000
Jan Fleurbaey
[email protected]
1/ Tekort aan deelname aan het debat?
Ik weet niet of men nu méér dan vroeger vraagt dat theologen zich met het publieke debat zouden bemoeien. Ik denk aan de sociale encyclieken, ik denk aan het Conciliedocument Gaudium et Spes, ik denk aan de bevrijdingstheologen,... Tijdens mijn hele 66-jaar lange leven was die theologie aanwezig. Grote denkers daarbij eveneens: von Nell-Breuning, Chenu, Brys, Congar, Dondeyne, Grootaers, Thils, Calvez, B. de Clercq, Ernest Bloch, Dorothée Sölle, Wildiers, Bonhoeffer,... Ik, toch maar een leek, heb er in elk geval geen tekort aan gehad hier in Vlaanderen.
2/ Zichtbaarheid van de deelname aan het debat:
- Via –althans in Vlaanderen– de grote katholieke sociale organisaties was er zéker zichtbaarheid. De gewone parochiepriester was soms nog de grootste hindernis in de doorstroming, omdat wij, katholieken, veelal de ‘burgerij’ vormen, de middengroep die het ‘goed’ heeft. Wat theologen mij consequent met het evangelie door willen geven, hoor ik niet al té graag, want het knaagt aan mijn wijze van leven.
- Dat er een groep pioniers leeft onder de christenen, weet ik, gelukkig maar; dat het brede beleid zowel in de kerk als in de politiek daartegenover een blinde vlek hanteert, lijkt me uiterst logisch: pioniers lopen immers vóór, zijn wegbereiders, zijn ijsbrekers,… De blinde vlek bestaat evengoed
t.o.v. filosofen die de worstels van maatschappelijk onbehagen analyseren, kunstenaars die het maatschappelijk onbehagen in beeld brengen,.. Immers, politiek beleid mikt op de grootste gemene (in het frans: commun) deler van de massa en op de kleinste gemene (in het frans: vilain) deler van de machtscentra. En kerkelijk beleid mikt op het behoud van leerstellingen én van machtsposities. De grote hoop van de mensen vraagt overigens helemaal niet om eigen meningen te vormen én zelfs wie daar wel om vragen botsen ergens toch op een grens aan het vermogen tot eindeloos herzien en herbevragen van standpunten… Wie vooroploopt hoeft dan ook geen grote zichtbaarheid te verwachten, hij doet
vooral aan gevoelig maken, aantonen dat de maatschappij ergens verkeerd zit, aantonen dat er alternatieven denkbaar zijn,…
- De ‘blinde vlek’ wordt nù door nog een andere dynamiek verhevigd, zoals U
stelt (zie artikel van Borgman): er is geen plaats voor religie binnen het moderne leven. Maar laat ons niet vergeten:
- We hebben scheiding van kerk en staat verworven en zopas nog heeft een Paus zich
verontschuldigd voor al de pijn die de kerk, neen, die kerkelijke mensen aan de wereld hebben aangedaan… Mijn generatie vraagt niet om kerkelijke inmenging in het maatschappelijk gebeuren, want ons werd nog gedicteerd voor welke partij we moesten stemmen, en of we aan een staking mochten deelnemen! Oproepen tot theologisch denken in het maatschappelijk debat, raakt zeker bij ouderen, aan deze gevoeligheden. Het kan niet meer gaan om de éne, leerstellig onbetwistbare leer.
- We weten ook niet goed wat te denken van theologische inbreng. Spreken theologen namens de Kerk, dan ruikt het naar ‘fundamentalisme’ en keren we terug naar het klerikalisme en de onverdraagzaamheid. Denken zij persoonlijk door, dan vormen zij een waardevolle uitdaging aan mijn eigen denken, maar meestal duurt het dan niet lang of Rome roept hen tot de orde –ofwel– duiken tegenstrijdige theologische stromingen op: in de twee gevallen verzwakt dat de impact van de bijdrage tot het debat. Wij, leken, (maar m.i. ook de kerken zelf) moeten leren omgaan met theologische inbreng als met één van de vele elementen in de zoektocht naast andere, we hebben nu eenmaal te maken met een marktplein.
- Theologische inbreng verwijst naar een religie, dus naar iets privé. Zolang zij iets voorhoudt over die God van haar, over gebed en vasten en boete en ritus, OK. Maar als ze begint te ‘zeveren’ over maatschappelijke problemen dan sluit a priori 4/5 van de mensen de oren (als ze zich zelfs nog die moeite doen), want dat geldt niet voor hen, aangezien ze niet gelovig zijn. Té meer daar men oververzadigd is van de ‘geboden en verboden’ die de katholieke kerk eeuwen lang de wereld ingeslingerd heeft vanuit haar theologische inzichten, of de laatste twee eeuwen vanuit het ‘natuurrecht’, als algemeen geldig voor iedereen!
Als theologie zich tot de wereld wendt, moet zij bijna kunnen bewijzen dat haar op geloof gestoelde inzichten minstens BEVESTIGEN wat men redelijkerwijze via het gezond verstand ook aanvoelt of inziet; in die zin, akkoord, een antwoord op een culturele vraag. Maar tegelijk hoeft theologie zich er niet voor te schamen dat zij vanuit haar typische geloofsbron nóg verder gaat. Ik zie het persoonlijk zo, dat het christendom uitdaagt tot een bijna oeverloze aanboring van menselijke mogelijkheden, dat het kindschap Gods’, het weten graag gezien te worden door God
(zie reactie van Br. Bavo) de mens aanspoort om spiraalsgewijs steeds dieper liggende potenties waar te maken –élk naar zijn mogelijkheden. Dit ‘surplus’ blijf ik in elk geval verwachten van de theologen, zoniet heb ik genoeg aan wat de Griekse filosofen mij 2000 jaar geleden al nalieten.
- Persoonlijk heb ik met nog een belangrijke hindernis af te rekenen, nl. de tweeslachtigheid van de ‘officiële’ theologische standpunten. Zo lang het gaat om micro-moraal (seksualiteit, huwelijk, opvoeding, euthanasie,…) worden de katholieke gelovigen absolute stellingen voorgehouden. Gaat het om de macro-moraal (economie, eigendom, oorlog, …) dan sluipt ineens een héél pak ‘situatie-ethiek’ binnen in de kerkelijke standpunten, situatie-ethiek waarop ik als gelovig individu géén aanspraak mag maken in het domein van mijn micro-ethiek. Er worden twee maten en twee gewichten gebruikt, dus, hoe moet ik die theologische ‘officiële’ standpunten gaan beoordelen? In het geval van de micro-moraal heeft de traditionele theologie zich steeds laten leiden door angst voor de menselijke zwakheid i.p.v. door geloof in de menselijke groeikracht; in het geval van de macro-moraal heeft de traditionele leer zich steeds laten leiden door angst voor de aftakeling van de kerkelijke
machtspositie. Zo zie ik het.
Mocht de angst toch eens kunnen wijken, mocht theologie ons op de eerste plaats kunnen bijbrengen hoe reëel God de wereld, de geschiedenis, de mens, mezelf, lief heeft -hoe Hij zich niet neerlegt bij de gebrokenheid, de tweeslachtigheid, maar die wel aanvaardt als een realiteit die Hemzelf ook pijn doet, Hemzelf de dood injoeg– hoe centraal Hij de barmhartigheid plaatst om menselijke relaties levend, creatief levend te houden– e.d.
De angst heeft eeuwenlang ‘geboden en verboden’ geproduceerd, we hebben nooit kunnen ontdekken welke bevrijdende uitdagingen het christendom aanreikt, laat staan dat we ze zouden waargemaakt hebben. Als ik zeg ‘we’, maak ik uitzondering voor begenadigde enkelingen, bekende maar nog meer anonieme, van wie het héle leven één groot getuigenis geweest is van Gods’ liefde.

Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.