Vertrouwen op Gods beloften

17/09/2002
Jan Martinet
[email protected]

 

Beste anoniem,
Als u zegt dat de essentie het gelovige leven in de praktijk is, ben ik het helemaal met u eens.
En inderdaad, het moet een gelovig leven zijn, met twee voeten op de grond. Ik ben momenteel Genesis aan het lezen, het leven van Abraham, de man waarmee God een verbond maakte. Die man had een levend geloof, het was een vertrouwen op God. Hij had een echt geloof dat soms weliswaar onvolkomen en vaak afgewisseld met kleingeloof was, maar het was wel springlevend. God was een realiteit voor hem, hij klampte zich als het ware vast aan God en diens beloften zoals een drenkeling aan een stuk hout. Soms twijfelde hij, soms was zijn vertrouwen niet zo groot, maar dat maakt hem zo menselijk. Abahams geloof en vertrouwen was niet gebaseerd op een instituut of geloofsbelijdenis, het was niet gebaseerd op zijn fantasieĆ«n over hoe God zou moeten zijn,  maar het was gebaseerd op de God zoals Hij zichzelf openbaarde en liet kennen.
Ik denk dat God ons door het verhaal van Abraham een zeer belangrijke les wilt leren.
Het christelijk leven is zoals je zegt: iets van elke dag, van de ochtend tot de avond, in elke situatie, hoe banaal of hoe moeilijk ook.

Verder ben ik het met u eens dat door onze verbondenheid met de Heere Jezus zelf wij onze medegelovigen moeten zien als broeders en zusters. Wij worden opgeroepen om zorgzaam te zijn voor elkaar, om trouw te zijn, om elkaar te vergeven enz.. Is dit een mysterie? Niet voor mij. Voor mij is het een mysterie dat een oneindig grote en almachtige God zich inlaat met ons mensen. Voor mij is Zijn liefde en genade onbegrijpelijk groot. Ik weet dat ik nooit zijn liefde en genade volledig zal kunnen bevatten, maar ik reken erop, zoals Abraham rekende en vertrouwde op Gods beloftes. Ik vertrouw op Gods beloften dat Hij mij veilig naar het Vaderhuis zal brengen.

Wat is het probleem van de kerk vraagt u. Als hetgeen u zegt waar is, is dat inderdaad ook een groot probleem. Het is niet de kerk die mensen rechtvaardig maakt, dat doet God. Er zijn mijns inziens 2 sacramenten voor alle christenen: de doop en deelname aan het avondmaal. Ook dat zijn instrumenten die redding brengen, neen, het zijn tekens die aanduiden dat je gered bent. Door de deelname aan het avondmaal verkondig je dat Christus voor jou persoonlijk is gestorven (1 Kor 11,26). We kunnen niet allemaal op de preekstoel staan, maar we kunnen wel zo de boodschap verkondigen. En iedereen die dit niet gelooft, kan beter niet aan het avondmaal deelnemen.

U schrijft ook dat u geregeld samenkomt met mensen uit uw parochie om het evangelie van de zondag te bespreken en om van daaruit samen eucharistie te vieren. Ik ben van mening dat dit de toekomst van de kerk wordt. Geen grote kerken meer, maar kleine groepjes echte gelovigen. Het grote gevaar dat ik daar echter in zie is dat het evangelie door velen op een andere, persoonlijk manier zal worden uitgelegd. De visies van mensen over een zelfde tekst kunnen nogal eens verschillen. Maar moet de vraag niet zijn: Wat bedoelde de auteur? Wat wil God zeggen door die of die passage. De Schrift laat geen eigen interpretatie toe. Ik denk dat we eerder terug moeten naar de zuivere, eenvoudige leer.

Ik zou willen eindigen met Matteüs 16,18: "En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen." Wie bouwt de kerk? Dat is Jezus. Waarop wordt de kerk gebouwd? Niet op Petrus, maar op hetgeen Petrus verkondigde 2 verzen eerder: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" De kerk of gemeente die dat werkelijk verkondigt en zich daaraan houdt, zal nooit overweldigd worden, misschien wordt ze kleiner, zoals ook Philadelphia slechts een kleine kracht had. Maar ze zal nooit overweldigd worden. Jezus Christus die is opgestaan zal daarvoor zorgen. Dat is Zijn belofte, en daarop mogen we vertrouwen.

 


Terug naar reactie 22-5
Terug naar reactie 22-5


Vorige reactie